De rasbeschrijving van de Berner Sennenhond

Zwitserland heeft naast andere rassen vier Sennenhonden rassen voortgebracht: De Berner, de Appenzeller, de Entlebucher en de Grote Zwitserse Sennenhond.

Bij alle Sennenhonden is de vacht zwart glanzend met bruinrode aftekeningen aan de wangen, boven de ogen, aan de benen en op de borst. Opvallend zijn verder het witte kruis op de borst en de bles op het hoofd, alsmede de vaak witte voeten en staartpunt.

De Berner Sennenhond is de enige langharige van de vier Sennenhonden. Zijn flink behaarde staart draagt hij hangend of licht opgeheven; echter nooit in een krul. De schofthoogte is voor reuen 64 tot 70 cm en voor teven 58 tot 66 cm.

De Berner is gewoonlijk rustig en vriendelijk van karakter; waaks zonder een overdreven te blaffen, en bovendien een prima werk- en huishond. Naast het fraaie uiterlijk, is het mede het fijne karakter dat de moderne, gehaaste mens in deze van oorsprong boerenhond zo zeer aanspreekt, dat de Berner Sennenhond tot onze populairste rassen behoort.

Albert Heim, de kenner bij uitstek van de Sennenhonderassen, schreef ooit eens de navolgende regels over het karakter van de Berner Sennenhond:
"Naar het begrip van de boer is een hond goed, wanneer hij waakzaam en scherp is zonder evenwel bijtlustig te zijn, tijdens het wandelen aan de voet volgt, tijdens ritten met paard en wagen tussen de wielen loopt en niet door de bermbegroeiing, de meester in noodgevallen verdedigt, in het veld verloeren voorwerpen bewaakt, niet stroopt, katten en kippen met rust laat en niet rondzwerft.
Een goede Berner Sennenhond ziet zich vaak als de trouwste kameraad van schoolkinderen en leert dan ook apporteren, een korf dragen en allerlei andere zaken, die hem niet zijn aangeboren. De honden zijn zeer opmerkzaam, ze letten op alles, ze leveren bewijzen, dat ze zeer intelligent zijn, ze zijn vrolijk en beweeglijk van aard, zijn aanhankelijk, vol liefde en trouw en houden er, zoals alle Sennenhonden, geen slinkse streken op na."

De Sennenhonden zijn al vanaf het begin echte gebruikshonden geweest. Ze konden voor vele verschillende doeleinden gebruikt worden. In eerste instantie was dat vooral het hoeden en drijven van een kudde vee en het zoeken naar verloren geraakt vee. Zij deden dit vaak zo goed dat ze twee herders konden vervangen. Zij konden bijvoorbeeld het eigen vee onderscheiden van het vee van derden en zij zorgden ervoor dat er geen vermenging in de kudde kon ontstaan. Dit deden zij door hun reuk en hun gehoor te gebruiken. Honden hebben namelijk een zeer goed gehoor.

Berner Sennenhonden waren en zijn ook nog vandaag de dag 'verbonden' met het huis waar zij wonen. Het zijn typische erfhonden, die nauwelijks over de grens van het eigen erf zullen gaan. Daarnaast werd de Berner in Zwitserland ook regelmatig gebruikt om de melkkar te trekken en zodoende werd ervoor gezorgd dat de melk met of zonder begeleiding van de boerderij naar de kaasmakerij werd vervoerd. In Zwitserland wordt deze tak van arbeid nog steeds uitgevoerd. Op het moment van schrijven van deze informatie (januari 2000) is het in Nederland bij wet verboden om de hond als trekdier te gebruiken.

Tegenwoordig wordt de Berner Sennenhond meer als familiehond gehouden en wordt er niet meer zo veel mee gewerkt. Maar het hoeden en drijven zit hem toch nog wel steeds in het bloed. U merkt dit bijvoorbeeld als u met een groepje mensen (familie of vrienden of bekenden) aan het wandelen bent. De hond(en) zullen dan steeds proberen om de groep bij elkaar te houden.

Sennenhonden zijn, zoals alle herderachtigen, zeer trouw aan hun familie. Hoe meer contact een Berner met 'zijn mensen' heeft, des te beter ontwikkelen zich zijn goede eigenschappen. Hij is erg waakzaam, zonder 'bijtgraag' te zijn. Gebeurt er echter toch iets met een familielid, dan zal de Berner deze persoon met veel energie verdedigen. Ook gaat hij graag om met kinderen. Tegenover kinderen is hij altijd geduldig en vriendelijk. Zijn instinct tot beschermen is hierbij bijzonder sterk ontwikkeld. Maar u moet er natuurlijk wel op letten dat kinderen de hond nooit plagen of erger nog treiteren. Dan kan het gebeuren dat zelfs de goedmoedigste Berner bijt en voor de rest van zijn leven niets meer van kinderen wil weten.

De meeste Berners gaan ook zeer goed om met rasgenoten. Op tentoonstellingen ziet men dan ook zelden dat twee concurrenten agressief in elkaars richting blaffen. Er wordt ook vaak beweerd dat een groep vreemde Berners zeer goed los van de lijn met elkaar kan wandelen en spelen. Ondanks alle vooroordelen is de Berner een hond waarmee u goed verschillende takken van hondensport kunt beoefenen. U moet er dan wel op letten dat u hiermee begint als de hond volgroeid is.

Nog even iets over de jacht. "Sennenhonden jagen niet!" Maar zoals bij veel, uitzonderingen bevestigen de regel. De meeste Sennenhonden hebben geen ambities voor de jacht. Echter er zijn er enkele die zeer goed als jachthond gebruikt zouden kunnen worden. Let dus goed op uw jonge hond en probeer eventuele jachtdrift zo vroeg mogelijk te onderdrukken. Dit zal helaas niet in alle gevallen lukken. In dat geval moet u er natuurlijk voor zorgen bij een boswandeling in wildrijk gebied, dat u uw hond aan de lijn houdt.

Nederlandse Berner Sennen Vereniging