De zakelijke kant van een dekking

door Rob Schellevis

In het vorige clubblad heeft Piet Peperkamp in zijn rubriek over het fokken aangegeven wat er zo al om de hoek komt kijken als je een nest wil fokken. Het zorgvuldig selecteren van een dekreu door de tevenhouder is een van de werkzaamheden waar over het algemeen veel tijd aan wordt besteed. Nadat de tevenhouder een keuze heeft gemaakt neemt deze contact op met de eigenaar van de reu om mede te delen dat hij graag gebruik wil maken van de reu. De serieuze reueneigenaar zal nooit direct instemmen, maar zal eerst de teef willen zien en natuurlijk de raskeuringsuitslagen, de HD- en ED-beoordelingen en de stamboom. Na deze bestudeert te hebben zal hij al dan niet instemmen met de dekking.

Heden ten dage zien we steeds meer dat pups onder begeleiding van een koopovereenkomst worden verkocht. Merkwaardig genoeg worden er voorafgaand aan een dekking nauwelijks afspraken gemaakt tussen de reuen- en tevenhouder. Soms wordt er vooraf gesproken over de hoogte van het dekgeld en het recht op een herdekking als blijkt dat de teef niet drachtig is, maar daar blijft het dan ook bij. Vreemd eigenlijk dat er nauwelijks over de voorwaarden bij een dekking wordt gesproken of beter nog dat deze worden vastgelegd in een dekovereenkomst, zeker als je je bedenkt dat er zo nu en dan toch problemen ontstaan tussen reuen- en tevenhouder. Ik zal dit illustreren aan de hand van een recentelijk praktijkvoorbeeld.

Een ervaren fokker gaat op zoek naar een dekreu voor een van zijn teven. Na een serieuze zoektocht is hij geslaagd in het vinden van een dekreu die in alle opzichten passent lijkt in relatie tot de teef die moet worden gedekt. Met betrekking tot de dekking worden de standaard afspraken gemaakt over de hoogte van het dekgeld en het recht op een herdekking en wordt het moment van betalen gekoppeld aan een te maken echo om de dracht van de teef vast te kunnen stellen. De hoogte van het dekgeld wordt gekoppeld aan het aantal pups dat geboren zou worden. Na een geslaagde dekking begint het wachten op de pups. Negen weken later is het dan zo ver. De ene na de andere pup wordt geboren en oeps, dat is even slikken, veel pups hebben veel te veel wit van moeder natuur meegekregen. Pups waarvoor om die reden geen stamboom door de fokker zal worden aangevraagd om te voorkomen dat er met deze pups uiteindelijk gefokt gaat worden. Uiteraard heeft dit ook zijn weerslag op de hoogte van de verkoopprijs van de pups. Hevig teleurgesteld benadert de fokker de eigenaar van de dekreu waarbij hij mededeelt dat hij, althans zijn dekreu, mede verantwoordelijk is voor de grillige speling van moeder natuur. De fokker wenst hiervoor financiƫle compensatie in de vorm van (gedeeltelijke) teruggaaf van het dekgeld. De dekreueigenaar stelt zich op het standpunt dat hij niet verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de pups, doch dat deze volledig bij de fokker rust. De fokker kan zich niet vinden in dit standpunt en start een briefwisseling. Het eindresultaat van de onvoldoende duidelijk gemaakte afspraken is thans dat teven- en reuenhouder in onmin met elkaar leven.

Na het lezen van dit alles vraag je je af wie er nu gelijk heeft. Is de reuenhouder mede verantwoordelijk voor de uiteindelijke fokresultaten of berust deze verantwoordelijkheid volledig bij de fokker, dus de tevenhouder? En had dit alles te voorkomen geweest?

Alvorens de vragen te beantwoorden is het goed nog even stil te staan bij de vraag waar het bij een dekking nu feitelijk om gaat. In juridische zin is er sprake van een koopovereenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om iets te leveren en de andere partij zich verplicht daarvoor een vooraf vastgestelde prijs te betalen. Meer concreet verplicht de dekreu-eigenaar zich tot levering van sperma afkomstig van de in zijn bezit zijnde dekreu en verplicht de tevenhouder zich tot de betaling van het dekgeld (hetgeen normaal gesproken de helft van een puppenprijs bedraagt). Het sperma kan op twee manieren worden geleverd. Op de natuurlijke manier, dus middels een normale dekking of door middel van kunstmatige inseminatie.

Met betrekking tot de levering van het gekochte stelt de wet vrij simpel dat de afgeleverde 'zaak' aan de overeenkomst moet beantwoorden. Vervolgens bepaalt de wet dat een 'zaak' niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Hetgeen in de wet is bepaald biedt nu niet direct de helderheid die wij graag zouden zien. Van belang lijkt een antwoord te vinden op de vraag welke eigenschappen in geval van een dekking van belang zijn om nadien te kunnen stellen dat de 'zaak' aan de overeenkomst heeft beantwoord.

In mijn optiek mag op basis van de overeenkomst worden verwacht dat er kwalitatief goed sperma wordt geleverd hetgeen leidt tot de bevruchting van de teef (er van uitgaande dat er geen fertiliteitproblemen bij de teef aanwezig zijn) en de uiteindelijke worp van een nest pups. De vraag is vervolgens in hoeverre het nog redelijk en billijk is verdere verwachtingen aan de overeenkomst te ontlenen op grond waarvan de reuenhouder medeverantwoordelijk kan worden gehouden voor het uiteindelijke fokresultaat. Het is immers bekend dat ondanks al het zorgvuldige voorwerk hetgeen door de tevenhouder en soms ook de reuenhouder is verricht (helaas blijkt niet iedere reuenhouder kritisch bij de acceptatie van de te dekken teven), een combinatie volledig anders kan uitpakken dan vooraf op basis van de beschikbare informatie was verondersteld. Complicerende factor is dan ook nog eens dat niet verwachte kenmerken in veel gevallen niet alleen aan de dekreu of de dekteef zijn toe te schrijven maar het gevolg zijn van een 'ongelukkige' mix van genen. Gesteld mag worden dat het hier om een risico gaat hetgeen inherent is aan het fokken hetgeen ingecalculeerd dient te worden (feitelijk een soort bedrijfsrisico).

Mijn conclusie is dan ook dat de reuenhouder aan zijn verplichtingen heeft voldaan op het moment dat hij zijn reu voor een dekking of de afgifte van sperma t.b.v. K.I. ter beschikking heeft gesteld en de teef negen weken later een nest werpt. Met andere woorden, de verantwoordelijkheid met betrekking tot het uiteindelijke fokresultaat komt geheel voor rekening van de tevenhouder.

De vraag is vervolgens of het uiteindelijke meningsverschil tussen dekreuenhouder en tevenhouder te voorkomen was geweest.

In dit kader zou ik bevestigend willen reageren. Met het maken van heldere afspraken die zijn vastgelegd in een dekovereenkomst hadden de problemen voorkomen kunnen worden. In een dekovereenkomsten kunnen allerlei zaken geregeld worden die in directe relatie staan tot de dekking. Hierbij valt te denken aan de hoogte van het dekgeld, het recht op een of meer herdekkingen, medische onderzoekenvoorafgaand aan de dekking , de plaats van dekking, eventuele regeling ten aanzien van kosten op het moment dat de teef een paar dagen bij de reu logeert, etc. etc. De in de overeenkomst vastgelegde afspraken zijn, mist redelijk en billijk, bindend. Dus zowel reuenhouden als tevenhouder dienen zich aan de gemaakte afspraken te houden. Zaken die niet zijn vastgelegd kunnen later niet meer ter discussie worden gesteld.

Op zich is het opmerkelijk dat er in de kynologie nog zo weinig wordt gewerkt met dekovereenkomsten. Binnen bijvoorbeeld de paardensport is de dekovereenkomst reeds een geaccepteerd gegeven en ook in de kattenfokkerij wordt regelmatig gebruikgemaakt van een dergelijke overeenkomst.

Wanneer een dekking plaatsvindt zonder gebruikmaking van een dekovereenkomst, dan kan in het geval dat er een verschil van inzicht ontstaat tussen de dekreuhouder en de tevenhouder worden teruggevallen op het Internationaal Fokreglement van de F.C.I. (= overkoepelende internationale kynologen federatie). Dit fokreglement, dat al sinds 1934 bestaat, is ook wel bekend onder de naam Fokreglement van Monaco omdat het in dit land voor het eerst werd vastgesteld door de F.C.I. De laatste wijziging van het reglement dateert van oktober 2000. Een aantal artikelen in de reglement regelen de verhouding tussen dekreueigenaar en teveneigenaar. Hierbij moet worden opgemerkt dat het geen uitputtende regeling is. Binnen de internationale kynologische wereld geldt het Internationaal Fokreglement overigens wel als bindend. Hierbij dient een voorbehoud te worden gemaakt ten aanzien van de rechten en plichten van de reuenhouders en tevenhouders. Ten aanzien hiervan is bepaald dat de nationale wetten en de regels opgesteld door de rasvereniging in principe leidend zijn maar dat in de gevallen waar deze regels niet bestaan het Internationaal fokreglement van kracht wordt. Omdat velen van jullie niet in het bezit zullen zijn van het Internationaal Fokreglement zullen wij dit in het volgende clubblad publiceren.

In het kort samenvattend
Wanneer jullie van plan zijn een nest te fokken of een reu in te gaan zetten voor de fok, dan kunnen veel problemen en teleurstellingen voorkomen worden door vooraf duidelijk afspraken met elkaar te maken over alles wat verband houdt met de dekking en deze afspraken zonodig op papier te zetten.

Nederlandse Berner Sennen Vereniging