Internationaal fokreglement van de F.C.I.

door Rob Schellevis (vervolg op het artikel "De zakelijke kant van een dekking")

  1. Inleiding
    De wederzijdse rechten en plichten van de eigenaren van fokreuen en fokteven worden in beginsel geregeld door het nationale recht, door bepalingen van rasverenigingen en door bijzondere regels. Waar deze ontbreken geldt het internationale fokreglement van de F.C.I. De fokkers en de eigenaren van dekreuen wordt dringend aangeraden om voor iedere dekking de overeenkomst schriftelijk vast te leggen en zeker met betrekking tot de financiële verplichtingen moet duidelijkheid heersen. Als eigenaar geldt degene die in rechte eigenaar van het dier is, dus hij die in het wettelijk bezit van de hond is en dit door het rechtmatige bezit van de stamboom kan aantonen. Als eigenaar van de dekreu geldt óf de eigenaar zelf óf hij die door de eigenaar als zodanig is aangesteld.
  2. Transport en onderhoud van de teef
    De eigenaar van de teef wordt aangeraden de teef persoonlijk of door een vertrouwenspersoon bij de reu te brengen. Blijft de teef meer dagen bij de eigenaar van de dekreu, dan komen de kosten die hierdoor ontstaan, zoals kosten voor voeding en huisvesting, eventuele behandeling door een dierenarts, maar ook schade die de teef aanbrengt aan bijvoorbeeld de kennel of de woning van de dekreuenbezitter, voor rekening van de eigenaar van de teef. Ook geschiedt het terugsturen van de teef op kosten van de eigenaar van de teef.
  3. Aansprakelijkheid
    Zoals in wettelijke bepalingen in verscheidene landen, geldt in de zin van dit reglement als verantwoordelijke dierhouder degene die het dier ten tijde van het aanrichten van de schade onderkomen en verzorging verschaft. Blijft de teef een of meer dagen onder de zorg van de dekreueneigenaar, dan is deze verantwoordelijk voor de schade die de teef aan derden veroorzaakt.
  4. Dood van de teef
    In geval van overlijden van de teef tijdens het oponthoud bij de dekreuenbezitter, laat deze de dood en de doodsoorzaak op zijn kosten vaststellen door een dierenarts. Hij geeft de eigenaar van de teef op de snelste wijze bericht over de dood en de doodsoorzaak van de teef. Indien de eigenaar de dode teef wenst te zien, moet hiertoe gelegenheid worden geboden. Trad de dood in door schuld van de reuenhouder, dan is deze tegenover de eigenaar van de teef verplicht schadevergoeding te betalen. Treft hem geen schuld, dan is de eigenaar van de teef verplicht de dekreuenhouder alle kosten die in samenhang met de dood van de teef zijn ontstaan te vergoeden.
  5. De keuze van de reu
    De dekreuenhouder is verplicht de teef door geen andere dan de overeengekomen reu te laten dekken. Dekt de reu niet, dan mag de teef slechts met toestemming van haar eigenaar door een andere reu gedekt worden. Het is in geen geval geoorloofd de teef tijdens één loopsheid door meer reuen te laten dekken.
  6. Foutieve dekking
    Bij een niet-bedoelde dekking door een andere dan de overeengekomen reu, is de houder van de dekreu die de teef onder zijn hoede heeft, verplicht de eigenaar van de teef op de hoogte te stellen en is hij verplicht alle kosten die uit deze niet-bedoelde dekking voortvloeien te vergoeden. Na een onbedoelde dekking door een niet overeengekomen reu is het niet meer geoorloofd om de overeengekomen reu alsnog te laten dekken. De dekreuenhouder heeft door zo'n dekking geen vordering op de eigenaar van de teef.
  7. Dekbewijs
    De dekreuenhouder bevestigt een correcte dekking door middel van een dekbewijs. Hij bevestigt daarin door zijn handtekening dat hij ooggetuige van de dekking is geweest. Als de stamboekadministratie van een land waarin de worp zal worden geregistreerd daarvoor een bepaald formulier voorschrijft, dan is het zaak van de eigenaar van de teef voor deze formulieren te zorgen, deze nauwkeurig in te vullen en ze aan de dekreuenhouder ter tekening voor te leggen. De dekverklaring moet in elk geval bevatten:
    a. Naam en stamboeknummer van de dekreu.
    b. Naam en stamboeknummer van de teef.
    c. Naam en adres van de eigenaar van de dekreu, respectievelijk de houder.
    d. Naam en adres van de eigenaar van de teef ten tijde van de dekking, eventueel de datum waarop hij de teef in eigendom kreeg.
    e. Plaats en datum van de dekking.
    f. Handtekening van de eigenaar van de dekreu, respectievelijk de houder en de eigenaar van de teef.
    g. Als de stamboekadministratie voor het inschrijven van de pups een gewaarmerkte fotokopie of een gewaarmerkt uittreksel van het stamboek verlangt, dan moet de eigenaar van de dekreu dit kostenloos ter beschikking stellen aan de eigenaar van de teef.
  8. Vergoeding voor de dekking
    De eigenaar van de dekreu is gerechtigd de dekverklaring pas na betaling van het vooraf overeengekomen dekgeld te ondertekenen. Het achterhouden van de teef als onderpand is verboden.
  9. Als de overeengekomen reu om de een of andere reden niet dekt, of wanneer de teef zich niet laat dekken, zodat de dekking niet plaatsvindt, dan heeft de eigenaar van de dekreu toch recht op de onder punt 2 genoemde schadeloosstelling, niet echter op het overeengekomen dekgeld.
  10. De eigenaar van de dekreu heeft buiten het overeengekomen dekgeld geen aanspraken met betrekking tot de nakomelingen van de reu. Dit geldt speciaal met betrekking tot de afgifte van de pups. Wordt echter de afgifte van een pup als schadeloosstelling voor de dekking overeengekomen, dan is het raadzaam dit van te voren schriftelijk vast te leggen. In een dergelijke overeenkomst moeten de volgende punten in aanmerking worden genomen:
    a. Tijdstip waarop de pup wordt uitgezocht door de eigenaar van de reu.
    b. Tijdstip waarop de pup wordt afgegeven aan de eigenaar van de reu.
    c. Tijdstip waarop de keuze van de eigenaar van de reu onherroepelijk vervalt.
    d. Tijdstip waarop het afhalen van de pup moet hebben plaatsgevonden.
    e. Regeling van de transportkosten.
    f.  Een bijzondere regeling voor het geval de teef slechts dode of slechts één levend jong werpt, of als de uitgezochte pup sterft vóór afgifte.
  11. Leegblijven van de teef
    Na een correct verlopen dekking geldt de dienstverlening van de dekreu als volbracht, en daarmede zijn de voorwaarden voor de overeengekomen schadeloosstelling vervuld. Zij houdt geen garantie in voor een drachtigheid van de teef. Het is ter beoordeling van de eigenaar van de dekreu om bij leegblijven van de teef bij een volgende loopsheid een kosteloze dekking toe te staan of een deel van het dekgeld te restitueren. Een dergelijke overeenkomst moet voor de dekking in een verdrag schriftelijk worden vastgelegd. De overeengekomen gratis dekking vervalt echter met de dood van de dekreu, het overgaan van deze in andere handen of met de dood van de teef. Kan het bewijs worden geleverd (spermaonderzoek) dat de reu ten tijde van de dekking onvruchtbaar was, dan behoort de eigenaar van teef het dekgeld terug te ontvangen.
  12. Kunstmatige bevruchting
    Bij een kunstmatige bevruchting van een teef moet de dierenarts die het sperma van de reu heeft gewonnen in een attest voor de stamboekadministratie waar de pups moeten worden ingeschreven, verklaren dat het sperma afkomstig is van de overeengekomen reu. Daarboven moeten door de eigenaar van de dekreu, respectievelijk houder de onder cijfer 7, a tot en 9 genoemde opgaven kostenloos aan de eigenaar van de teef worden overhandigd. De kosten voor de afname van het sperma komen ten laste van de eigenaar van de teef. De kosten voor bevruchting van de teef worden eveneens door de eigenaar van de teef gedragen. De dierenarts die de teef kunstmatig bevrucht, moet de stamboekadministratie verklaren dat de teef met het sperma van de als dekreu overeengekomen reu bevrucht is. In zijn attest moeten eveneens de plaats en de tijd van de bevruchting worden genoemd, evenals de naam en het stamboeknummer van de teef en de naam en adres van de eigenaar van de teef. De eigenaar van de reu die het zaad levert moet de eigenaar van de teef daarenboven een officiële dekverklaring overhandigen.
  13. Afstand doen van het fokrecht
    Als eigenaar van een worp geldt in de regel de eigenaar van de teef ten tijde van het dekken. Het recht om een teef of een reu voor de fok te gebruiken kan echter op een derde persoon worden overgedragen. Het afstand doen van de fokrechten moet echter in elk geval schriftelijk en vóór de dekking geschieden. Het schriftelijk bericht van afstand doen van de fokrechten moet aan de verantwoordelijk stamboekadministratie, eventueel ook aan de rasvereniging, zo spoedig mogelijk worden gemeld. Bij de geboorteregeling moet deze verklaring ook worden overlegd. In geval van afstand doen van de fokrechten moeten de rechten en de plichten van beide contractanten precies worden vastgelegd. Wie tijdelijk de fokrechten van een teef overneemt, geldt voor de tijd van de dekking tot het moment dat de pups bij de teef weggaan in de zin van dit reglement als eigenaar van de teef.
  14. Inschrijven in het stamboek van de pups
    Indien niet anders overeengekomen, geldt bij de eigendomsoverdracht van een drachtige teef de nieuwe eigenaar automatisch als de fokker van de toekomstige worp. De pups worden in het stamboek van het land waarin de nieuwe eigenaar woont (Résidence habituelle) en op zijn kennelnaam ingeschreven.
  15. De pups worden in principe in het stamboek ingeschreven in het land waar in de eigenaar van de teef woont (Résidence habituelle). In geval waarin dit niet duidelijk is, is hij verplicht een uittreksel van het bevolkingsregister te overleggen. Uitzonderingen zijn toegestaan voor fokkers van rashonden die in een land wonen, dat geen stamboek voert dat door de F.C.I. is erkend. Aan hen is toegestaan om de pups in het stamboek naar eigen keuze te doen inschrijven.
  16. Slotbepalingen
    Dit reglement komt in de plaats van het 'Internationale Fokreglement van Monaco' uit het jaar 1934. Bij verschillen in de interpretatie geldt de Duitse tekst als maatgevend. Aangenomen op de Algemene Vergadering van de F.C.I. op 11 en 12 juni 1979 te Bern.
Nederlandse Berner Sennen Vereniging