door Rob Schellevis
Regelmatig worden wij benaderd door mensen met de vraag hoe hun rechtspositie is ten opzichte van een fokker die niet thuis geeft wanneer een door hem gefokte hond ernstige erfelijke gebreken vertoont. Daarom de feiten nog maar eens op een rij.
In het kort
Een fokker verkoopt / levert aan een koper op 13 oktober 1992 een Basset Artesien Normand pup van twee maanden oud. In het kader van het uiteindelijk door de Hoge Raad gewezen arrest is het van belang te weten dat heupdysplasie (verder te noemen HD) binnen dit ras zeer sporadisch voorkomt. Door de rasvereniging is er dan ook geen onderzoeksplicht ingesteld naar HD. Enige maanden na levering wordt geconstateerd dat de pup aan HD lijdt. Een half jaar later wordt er op advies van diverse specialisten een zogenaamde bekkenkanteling uitgevoerd. Van het aanbod van de fokker om de hond tijdelijk terug te nemen om hem te verzorgen en oefeningen met hem te doen waardoor de achterhand zich beter zou ontwikkelen wordt door de koper geen gebruik gemaakt.
De rechtsgang
In de zomer van 1993 dagvaardt de koper de fokker voor de kantonrechter. De koper eist f 3.732,00 van de verkoper, zijnde de operatiekosten van de bekkenkanteling. De kantonrechter wijst de vordering af, omdat de koper onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de hond al bij levering leed aan HD. De koper stelt vervolgens beroep in bij de rechtbank. In het pleidooi voert de koper aan dat HD bij honden erfelijk is, kortom de hond zou vanaf de geboorte en dus ook tijdens levering hebben geleden aan HD.
Vervolgens stelt de koper dat fokker aansprakelijk is voor de geleden schade omdat de hond niet de eigenschappen bezat, die voor normaal gebruik nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. In haar overweging neemt de rechtbank aan dat HD een erfelijke aandoening is op grond waarvan mag worden geconcludeerd dat de hond reeds bij levering erfelijk was belast met HD. Verder stelt de rechtbank dat de koper geen verwijt kan worden gemaakt dat hij tot het laten opereren is overgegaan. De rechtbank vernietigt de uitspraak van de kantonrechter en wijst de vordering van de koper toe.
Cassatie beroep
Tegen het vonnis van de rechtbank stelt de fokker cassatieberoep in. De fokker voert aan dat de rechtbank onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarom de tekortkoming van de verkochte pup volledig voor het risico van de fokker dient te komen. Tevens stelt de fokker de vraag waarom de tekortkoming niet aan de koper toerekenbaar is. Voor alle duidelijkheid, uit wettelijke bepalingen vloeit voort dat de fokker (verkoper) niet tot schadevergoeding gehouden is, indien de tekortkoming niet aan de fokker verkoper kan worden toegerekend. Het door de fokker ingestelde beroep in cassatie snijdt hout. De Hoge Raad stelt dat de rechtbank van een onjuiste rechtsopvatting blijk heeft gegeven door te oordelen, dat het enkele feit dat de afgeleverde zaak niet beantwoorde aan de overeenkomst, tot aansprakelijkheid van de verkoper leidde. Tevens concludeerde de Hoge Raad dat de Rechtbank voorbij was gegaan aan het verweer van de fokker dat de tekortkoming haar niet kon worden toegerekend (het feit dat er binnen het ras slechts sporadisch HD voorkomt heeft hierbij een grote rol gespeeld).
Aansprakelijkheid
Er zijn drie omstandigheden waarin er sprake is van toerekening op grond waarvan tot volledige aansprakelijkheid kan worden geconcludeerd.
ad. 1. Het is volgens de Hoge Raad niet zo dat het enkele feit, dat een op grond van koop geleverde zaak (in kwestie de pup) met een verborgen gebrek hetgeen de koper niet behoefde te verwachten, zonder meer meebrengt dat de fokker aansprakelijk is voor alle gevolgschade.
ad. 2. Er zijn omstandigheden denkbaar waarin de volledige aansprakelijkheid toch bij de fokker ligt, bijvoorbeeld wanneer een fokker ouderdieren gebruikt waarvan hij weet of had kunnen weten dat deze drager zijn van een erfelijk gebrek.
ad. 3. De fokker moet kunnen aantonen dat het gebrek bij de verkochte hond te wijten is aan overmacht, dat wil zeggen omstandigheden waar je als fokker geen enkele invloed op hebt. In de voorliggende case kon de fokker echt niet weten dat er sprake kon zijn van heupdysplasie, aangezien deze afwijking binnen het ras nog niet eerder was voorgekomen.
Consequenties arrest
Centraal bij het beroep in cassatie stond de vraag of de koper niet alleen de koopprijs kon vorderen maar tevens de zogenaamde gevolgschade (operatiekosten e.d.). De Hoge Raad bepaalde dat de fokker alleen aansprakelijk is voor deze gevolgschade wanneer deze verwijtbaar is. In dit concrete geval oordeelde de Hoge Raad dat de fokker niet zo'n verwijt kon worden gemaakt (omdat het om een ras ging waar HD een onbekend fenomeen was).
In een situatie zoals voorgelegd aan de Hoge Raad zijn er een tweetal mogelijkheden om de koper te compenseren voor het verborgen gebrek (non-conformiteit). Wanneer een fokker bijvoorbeeld een pup verkoopt die aan HD (of elleboogdysplasie (ED)) blijkt te lijden, zodanig dat het dier ernstig in zijn bewegingsvrijheid wordt belemmerd, dan is de fokker gehouden de verkochte hond terug te nemen en de koopprijs aan de koper terug te betalen. De koper heeft immers niet gekregen wat hij mocht verwachten! Als de koper niet bereid is afstand te doen van de hond vanwege de emotionele binding die er inmiddels is ontstaan, dan kan worden afgesproken dat koper een deel van de koopprijs terugkrijgt.
De consequenties van het gewezen arrest zijn dus groot voor de kynologie. Daar waar de kantonrechter en de rechter van de arrondissementsrechtbank automatisch aannamen dat elke tekortkoming (volledig) toerekenbaar was aan de fokker kan de serieuze fokker zijn aansprakelijkheid, op basis van het gewezen arrest, klaarblijkelijk beperken tot de prijs van een verkochte pup.
Duidelijk moet echter zijn dat wanneer het hier gaat om een Berner Sennenhond, of een ander ras dat in ernstige mate genetisch is belast met HD en ED, er een andere case ontstaat ten opzichte van het arrest van 9 januari 1998.
Vogelvrij?
Op grond van het arrest van de Hoge Raad kan worden geconcludeerd dat het wel eens heel moeilijk kan worden om zonder al te veel risico's te fokken met honden waarvan het ras in grote mate is behept met een erfelijke aandoening (in het geval van de Berner Sennenhond HD en ED). Wanneer de rechter immers het arrest van de Hoge Raad volgt, dan kan hij tot het oordeel komen dat de gevolgschade in het geval van HD of ED volledig toegerekend dient te worden aan de fokker als uit de feiten blijkt dat betreffende afwijkingen zeer frequent binnen de populatie voorkomen.
Anderzijds mag echter verwacht worden dat een fokker die al het mogelijke heeft gedaan om te voorkomen dat zijn fokproducten aan een erfelijke aandoening lijden zich succesvol op overmacht kan beroepen. Hierbij moet dan (in het geval van de Berner Sennenhond) bijvoorbeeld gedacht worden aan het: laten röntgenen van heupen en ellebogen het fokken met HD en ED vrije honden (wanneer er binnen een populatie nog maar relatief weinig, bijvoorbeeld HD vrije honden aanwezig zijn (zoals bij de Berner Sennenhond het geval), dan zal het standpunt van de rasvereniging voor wat betreft de zorgvuldigheidsnormen in het kader van de fok een belangrijk uitgangspunt vormen voor de rechterlijke toets.
Voor alle duidelijkheid breng ik nog maar eens onder de aandacht dat het indachtig het arrest van de Hoge Raad aan te bevelen is nog slechts te fokken met honden die zijn geröntgend in verband met ED (HD is immers al verplicht). Op grond van het arrest van de Hoge Raad mag immers worden aangenomen dat overmachtsverweer ("ik wist niet dat ED binnen mijn ras een zo vaak voorkomende afwijking is op grond waarvan mij geen schuld is te verwijten") geen stand zal houden vanwege het feit dat een ieder er wetenschap van heeft of had kunnen hebben dat ED röntgenologisch bij meer dan 50% van de Berners wordt waargenomen. Een veroordeling tot vergoeding van de gevolgschade is dan ook zeer aannemelijk wanneer wordt gefokt met niet geröntgende honden.
De Hoge Raad heeft met het door haar gewezen arrest een belangrijke rol toebedeeld aan de rasverenigingen wanneer het gaat om het bepalen van de zorgvuldigheidsnormen in het kader van de fok. De uitgangspunten zoals vastgelegd in ons fokreglement en belangrijker nog het fokreglement dat in het kader van het centraal fokbeleid vastgesteld gaat worden, zullen naar verwachting een bepalende factor worden ingeval fokker en koper het niet eens worden en aan de rechter om een oordeel wordt gevraagd.
Tot slot
Het arrest van de Hoge Raad luidt een periode in waar er verschil wordt gemaakt tussen de serieuze en minder serieuze fokker als het gaat om de veroordeling met betrekking tot vervolgschade op het moment dat de conformiteit in het geding is (dus als er sprake is van een verborgen gebrek). Met een goede schriftelijke koopovereenkomst, het fokken met Berner Sennenhonden met een HD-beoordeling 'A', 'B' of 'C' en een ED-beoordeling 'vrij' of graad I en II lijkt de schade in veel gevallen beperkt te kunnen worden tot de hoogte van de verkoopprijs van de pup. Wanneer er wordt gefokt met niet geröntgende en beoordeelde honden (HD en/of ED), dan is de kans groot dat de fokker is gehouden tot het betalen van de gevolgschade in het geval dat de conformiteit in het geding is.