Judith Westra
Vorige keer vertelde ik u iets over hondensportverenigingen en kynologenclubs. Veel van deze verenigingen zijn bezig met een veranderingsproces. Allereerst is men duidelijker onderscheid gaan maken tussen basiscursussen, die bedoeld zijn om u te helpen bij de opvoeding van uw hond en sportcursussen, waarbinnen u sportief en actief bezig kunt met uw hond. Ook binnen de sportcursussen kan overigens het onderscheid gemaakt worden tussen recreatief bezig zijn en in wedstrijdverband. Dit alleen al is een behoorlijke verandering in visie op trainen. Was men eerst bij verenigingen al vanaf het begin gericht op het aanleren van trucjes en het voorbereiden op de sport, momenteel ligt het accent meer op het leren kennen van je hond en hulp bij de opvoeding. Daarbij maakt men bovendien gebruik van andere trainingsmethoden. Deze trainingsmethoden beogen hondvriendelijker te zijn en worden daarom ook wel positief genoemd. Belangrijker in de methode is echter vooral dat deze meer inspeelt op de individuele combinatie baas - hond, dat de baas naar de hond leert kijken èn dat de baas leert hoe zijn of haar hond leert en dús hoe hij of zij zelf zijn of haar hond dingen aan kan leren.
"Riem opgebost in de linkerhand, aandacht vragen, volgcommando geven en met het linkerbeen wegstappen, ga je gang! Allemaal naar links, allemaal naar rechts, allemaal een rechtsomkeert en geef ze allemaal maar vrij…"
Misschien kent u het nog, omdat u eerder met een hond getraind hebt? Nog niet zolang geleden werd op deze manier bijna overal klassikaal les gegeven. U werd precies verteld wat u moest doen en alle cursisten deden allemaal hetzelfde met hun hond op het moment dat de instructeur het zei. Inmiddels is men bij steeds meer hondenscholen anders gaan les geven, maar waarom en met welk doel? Daarover nu meer.
Individueel: Tegen de cursisten wordt tegenwoordig meer dan vroeger gezegd dat ze goed naar hun eigen hond moeten kijken. Het hangt af van de combinatie baas - hond hoe een oefening wordt gedaan. De oefeningen worden dan ook niet meer allemaal op commando van de instructeur gedaan. Cursisten zoeken zelf een plekje op het veld (wel in de buurt van de instructeur natuurlijk) en gaan bezig met hun hond. De instructeur loopt ondertussen langs en geeft individuele aanwijzingen per cursist. Soms ziet een instructeur iets dat wel voor meer mensen belangrijk is en zal dit dan ook weer wel klassikaal bespreken. Het effect van dit meer individueel les geven is wel dat het soms wat rommeliger oogt tijdens de lessen, omdat cursisten elk voor zichzelf bezig zijn. Er wordt niet meer 'op commando' gelopen, waarbij de hele groep cursisten allemaal dezelfde wendingen en oefeningen doen op hetzelfde moment.
Observeren: Van de cursisten wordt gevraagd dat ze hun hond 'observeren', dat betekent dat ze goed moeten kijken naar hun hond. Wat doet míjn hond? Hoe reageert mijn hond op mij? Is de beloning die ik gebruik wel een beloning voor míjn hond? De cursist moet dus meer dan vroeger gaan letten op zijn eigen hond. Uitvinden hoe deze hond reageert. Hierdoor raak je als cursist ook meer bewust van je eigen hond. Je leert geen 'trucjes' meer aan, zoals eerder wel gebeurde. Denk maar eens terug aan de manier waarop vroeger de zitoefening gedaan werd: riem omhoog en duwen op zijn kontje en ondertussen het commando zit geven… Tegenwoordig vraagt de instructeur de baas om - met een voertje in de hand - uit te proberen wat de baas met zijn hand moet doen om de hond in een zitpositie te krijgen, zonder de hond daadwerkelijk aan te raken. De bazen gaan kijken welke handeling bij een hond steeds hetzelfde resultaat heeft. Op welke handeling gaat de hond zitten? Op welke handeling gaat de hond liggen? Op welke handeling gaat de hond staan? Kijken dus en uitproberen!
Commando's: Omdat de baas eerst moet gaan uitvinden hoe de hond reageert op zijn handen, gebruikt men de eerste lessen nog geen commando's. Niet alleen de baas moet meer kijken en nadenken, maar ook de hond moet meer gaan nadenken. De hond leert een commando, doordat één woord steeds herhaald wordt als de hond iets doet. Om de hond het commando zit te leren, moeten we dus éérst als baas weten, wát we precies moeten doen om ervoor te zorgen dat de hond altijd gaat zitten. Zodra we dat hebben uitgevonden, gaan we deze oefening vaak herhalen en iedere keer dat de hond ook écht gaat zitten herhalen we als baas het woord dat bij deze oefening hoort. Dit woord, het commando, wordt door de hond daardoor gekoppeld aan deze oefening. De hond gaat begrijpen dat 'zit' betekent 'met zijn kont op de grond'. Omdat we het commando pas gaan geven als we als baas zeker weten dat we de hond altijd in de gewenste positie (bijvoorbeeld de zit) kunnen sturen (met een voertje in onze hand), doet de hond het altijd goed en leert het commando sneller aan. En in de uitprobeerfase vóór we het commando geven, is het niet erg als het nog niet altijd goed gaat. Als de hond dan bijvoorbeeld een keer gaat staan of liggen, in plaats van zitten is het niet erg, want er is toch geen commando gegeven.
Inzicht: Door deze meer individuele benadering, waarbij de cursist wordt gevraagd zijn hond goed te observeren en uit te proberen wat bij zíjn hond werkt, is de hoop dat de cursist ook meer gaat begrijpen van zijn of haar hond. Als je begrijpt hoe je hond reageert op jou, op situaties, als je het gedrag van je hond als het ware leert 'lezen', kun je namelijk ook zelf gaan bedenken hoe je hond andere dingen kan leren in het dagelijks leven. Men probeert tegenwoordig meer uit te leggen aan de cursisten over hoe een hond leert. Daarbij gebruikt men voor de hond zo plezierig mogelijke leerprincipes (en dus veel héél lekker voer!). Maar leert de baas ook zeker hoe hij zijn hond kan corrigeren. Vaak gebeurt dit door een combinatie van belonen van goed gedrag en negeren of straffen van ongewenst gedrag. Sommige gedragingen kún je namelijk als baas niet tolereren. Zo mag een hond bijvoorbeeld nooit bijten naar mensen. Over hoe die leerprincipes werken heeft u ook al kunnen lezen in de artikelen welke we hierover publiceerden in ons clubblad.
Aandacht en sturen: De belangrijkste onderdelen binnen de nieuwe methode zijn 'aandacht' en 'sturen'. Wanneer je geen aandacht hebt van je hond, kun je ook niet met de hond communiceren, kun je hem / haar niet duidelijk maken wat je van hem wilt. Pas als je aandacht hebt van je hond, kun je met hem of haar werken! Daarom ook is men veel bezig met aandacht en aandachtsoefeningen. Hierbij is belangrijk dat u vooral spontane aandacht van de hond beloont. Dus als de hond uit zichzelf naar u opkijkt, moet het super leuk en belonend zijn, zodat hij vaker naar u wil kijken. En als de hond niet oplet, gaat u hem of haar niet lokken (door bijvoorbeeld de naam te roepen), maar bent u saai en is het voor de hond niet leuk / spannend. De hond leert op deze manier dat de baas spannend is en dat het leuk en belonend is om op de baas te letten. Het andere belangrijke onderdeel is het 'sturen'. Daarmee bedoel ik niet het vooruit sturen, maar het leren sturen van je hond, zoals je een auto ook stuurt. Dus uitvinden wat je als baas moet doen om een hond te krijgen waar je wilt, kijken wat je moet doen om de hond naar links te krijgen, of naar beneden, of achter je. We leren dit aan door de hond te leren achter onze hand aan te bewegen en doen dit met iets lekkers in de hand (en bij de hond zijn neus). Wanneer je de aandacht van de hond hebt èn je kunt hem sturen in de positie die je wilt, kun je daarna alle oefeningen met gemak doen!
Al met al hopen veel hondenscholen door de nieuwe methode dat de bazen hun honden beter leren kennen en begrijpen én dat ze daardoor nog meer plezier met elkaar kunnen hebben. Wees gerust kieskeurig wanneer u een hondenschool zoekt voor de opvoeding van uw hond, maar ook wanneer u daarna door wilt gaan in de sport. Samen met uw Berner kunt u veel plezier beleven bij een hondenschool! Volgende keren meer over de verschillende takken van sport en over diverse hulpmiddelen bij opvoeding en training.