Hulp bij de opvoeding

Judith Westra

Wanneer u een Berner hebt, is het verstandig met de hond een opvoedingscursus te volgen, zeker in zijn of haar eerste levensjaar. Uw Berner wordt namelijk van een lieve, kleine, pluizige pup een grote, eigenwijze en sterke jonge (en later volwassen) hond en heeft een consequente opvoeding nodig. Het is dan best gemakkelijk om wat hulp bij de opvoeding te krijgen en ervaringen uit te wisselen met andere pupeigenaren.
Eigenlijk is deze hulp bij de opvoeding wat veel hondensportverenigingen en kynologenclubs willen bieden. U kunt daarbij kijken naar een vereniging waar u de sfeer plezierig vindt en waar men met respect omgaat met u én uw Berner. Er wordt veel gezegd dat men de methode van het positief trainen gebruikt wordt. Deze uitdrukking klopt niet helemaal…
Natuurlijk wil men dat u uw hond op een zo positief mogelijke manier opvoedt, maar uw hond heeft zeker ook grenzen nodig, hij moet leren dat u de baas bent en wat wel en niet mag. Het is dan ook beter om te zeggen dat men zo goed mogelijk gebruik maakt van de leertheorieën bij het opvoeden van uw hond (en daarover heeft u inmiddels meer geleerd in de afgelopen clubbladen). Het woord trainen klopt ook niet helemaal. Immers, kinderen die goed zijn op de voetbaltraining hoeven nog geen goed opgevoede kinderen te zijn. Men wil als het goed is dan ook niet alleen kunstjes aanleren en belonen, maar hoopt dat men u ook daadwerkelijk bij de opvoeding kan ondersteunen. Men doet dat niet alleen door voertjes te geven voor dingen die uw hond goed doet, soms zal men een hond ook moeten laten merken dat iets echt niet kan. Daarom probeert een goede hondenschool u tijdens de lessen ook iets te leren over hoe u ranghoger kunt worden en blijven over uw hond. Honden die ranghoger zijn dan volwassenen of kinderen in het gezin, hebben namelijk het recht om te corrigeren. Het nadeel daarvan is dat een hond nu eenmaal corrigeert door grommen, of bijten als een ranglagere niet luistert… Uw hond moet dus bovenal leren dat hij de laagste in rang is in de mensenroedel.

Wanneer u uw hond goed opvoedt tot een hond die zich weet te gedragen in de maatschappij, dan hebben zowel u als uw hond daar veel plezier van en hebben andere mensen minder last van uw hond. Het is niet alleen belangrijk dat uw hond niet bijt, maar hij moet ook komen als u hem roept en opspringen tegen andere mensen wordt ook niet altijd plezierig gevonden, om nog maar te zwijgen van ergernis nummer één hondenpoep op plekken waar die niet hoort. De opvoeding die u uw hond geeft beperkt zich niet tot het uurtje bij de hondenschool op het veld. Eigenlijk stelt dat uurtje niet zoveel voor, want u moet uw hond de andere 167 uur per week opvoeden met de tips en adviezen die u van de instructeur in dat ene uurtje krijgt!
Tijdens de lessen zullen onderwerpen worden behandeld als wandelen zonder trekken, zitten, af, staan, aanraken, gebit kijken, maar ook het komen op bevel (dus als u roept). Om met uw hond te kunnen werken zult u eerst zijn aandacht moeten kunnen krijgen, omdat uw hond anders niet doorheeft dat u het tegen hem hebt. Vaak wordt dan ook begonnen met het aanleren van de naam van de hond. Dit klinkt misschien raar, maar uw hond spreekt geen Nederlands en moet alle klanken leren herkennen. Voor een hond is het belangrijk dat de klank van zijn naam een positieve is, want dan kijkt hij graag op en komt snel naar u toe, wanneer u zijn naam noemt. U leert deze dan ook aan door heel vaak zijn naam te noemen en er direct achter aan een koekje te geven. Verder leert men de honden niet zitten, liggen, of staan, want dat kunnen ze al vanaf dat ze een paar weken oud zijn. Wél leert men u, hoe u de hond op uw commando kunt laten zitten, liggen, of staan.

Om een hond iets aan te leren gebruiken men voer. Dit omdat het de hond motiveert om iets te herhalen. Hoe lekkerder het voer is, des te sneller de hond leert! Ik kan dit illustreren aan een voorbeeld, zoals het bij ons mensen werkt:

Stel u winkelt regelmatig bij de C1000, de Albert Heijn en de Super… Tijdens een bezoek aan de Albert Heijn vindt u opeens tussen de karretjes een euromunt op de grond. U denkt natuurlijk dat is mooi meegenomen! En u gaat verder met uw boodschappen. De volgende keer dat u weer bij de AH komt vindt u opnieuw een euromunt tussen de karretjes. Nu wordt u al alerter… En ja hoor, een eerstvolgende keer bij de AH vindt u wéér een euromunt tussen de karretjes. In het vervolg gaat u elke keer kijken bij de AH tussen de karretjes en vindt met enige regelmaat een euro…
Na een tijdje komt u toch weer een keer bij de C1000 en wat schetst uw verbazing, u vindt een biljet van 5 euro tussen de karretjes… Waar gaat u nu de eerstvolgende keer boodschappen doen en kijken tussen de karretjes??? !!!

Deze situatie creëren we eigenlijk ook bij de honden. We brengen ze in een positie waar ze een beloning voor krijgen. Als we dit een paar keer herhalen, gaan ze uit zichzelf uitproberen of ze in deze positie (bijvoorbeeld de zit) weer een beloning krijgen… Wanneer de beloning lekkerder is, zijn ook honden sneller geneigd om dingen uit te proberen en te herhalen. Zeker op het veld is een hele lekkere beloning belangrijk, omdat ze daar ook al heel veel afleiding hebben van lekkere luchtjes, andere honden, veel geluiden, enz. Dus zeker die keer dat u met uw hond op het veld komt lessen is het belangrijk dat u als baas tóch het spannendst blijft voor uw hond. Dit kan door bijvoorbeeld leverworst, of lekkere stinkkaas, of rauwe frikadel, of wees zelf maar op een andere manier creatief…! Hebt u geen superlekkere beloning, dan zijn de andere honden belangrijker dan u en is het moeilijker de aandacht van uw hond te krijgen en te houden en is het dus ook moeilijker om met uw hond te werken.

Voordat u gaat lessen geeft u uw hond overigens géén eten. Alleen al niet, omdat een beloning lekkerder is als je een beetje hongerig bent, maar ook omdat uw hond anders een maagdraaiing op kan lopen. Een maagdraaiing kan ontstaan door intensieve beweging zo'n uur voor of na het eten en is vaak dodelijk. Tijdens het aanleren van nieuwe oefeningen wordt er meer voer gebruikt dan verder in een cursus. Zeker in het begin kunt u daarom na afloop van de les de hoeveelheid voer aanpassen aan de hoeveelheid beloning die u uw hond heeft gegeven. U kunt er op die manier voor zorgen dat uw hond zich niet 'dik' eet aan de beloningen…

Tijdens de lessen gebruikt men in principe gewoon een leren of stoffen halsband en een riem van ongeveer 1 meter à 1,20 meter. Het kan gebeuren dat de instructeur bij een individuele combinatie gebruik laat maken van een ander hulpmiddel zoals een slipketting. Als het goed is start een hondenschool daar echter niet mee. Er zijn teveel mensen die een slipketting of gentle leader of iets dergelijks gebruiken en die nog altijd last hebben van een trekkende en uitvallende hond. Wanneer een dergelijk hulpmiddel wordt gebruikt, zal de instructeur proberen u hier op een goede manier gebruik van te laten maken. In principe moet een correctie dan onmiddellijk of in elk geval binnen twee tot drie keer gebruiken werken. Is dat niet het geval, dan wordt het hulpmiddel niet goed gebruikt en wordt de hond er vaak alleen maar 'harder' van en moeilijker te corrigeren… Bovendien moet een dergelijk corrigerend hulpmiddel altijd tijdelijk gebruikt worden én moet er ondertussen gewerkt worden aan het belonen en versterken van de aandacht van de hond voor u als baas.

Volgende keer meer over honden, hun gedrag en de opvoeding.

 

Nederlandse Berner Sennen Vereniging