Door Judith Westra en Rob Schellevis
Vorige keer schreven we dat het belangrijk is dat u leert over hoe een hond leert, zodat u uw hond op een plezierige manier kunt opvoeden en zijn gedrag kunt bijsturen. Als u namelijk weet hoe een hond leert, kunt u dit leerproces bewust gaan beïnvloeden en sturen. Hoe leert nu een hond?
In de geschiedenis zien we hierover verschillende ideeën, die beginnen rond 1900 bij de Russische geleerde Pavlov. Tijdens een van zijn proeven met honden ontdekte hij een manier van leren. Hij gaf de honden te eten en de honden gingen altijd kwijlen als ze het eten kregen. Vooraf aan het eten klonk er altijd een belletje. Op een dag viel het Pavlov op, dat de honden al gingen kwijlen als ze dit belletje hoorden. Hieruit concludeerde hij, dat de honden hadden geleerd dat het belletje altijd gevolgd werd door voer…
Pavlov ontdekte dus, dat honden (en mensen) een betekenis kunnen gaan geven aan iets dat voorheen niets speciaals voor ze betekende. (Zijn honden leerden dat het ‘belletje’ betekende ‘voer’.) De honden kunnen hier weinig aan doen, het is dus niet mogelijk om NIET te leren! Deze manier van leren gebeurt vanzelf, wanneer iets dat eerst geen betekenis heeft, ook wel een neutrale prikkel genoemd, vaak samengaat of voorafgaat aan iets dat wel een betekenis heeft en uit zichzelf een reactie oproept (onvoorwaardelijke prikkel die een onvoorwaardelijke reactie geeft). Gaat de neutrale prikkel vaak genoeg samen of vooraf aan de onvoorwaardelijke prikkel, dan leidt alleen de neutrale prikkel uiteindelijk óók tot deze reactie, die we dan een geconditioneerde reactie noemen. Dit betekent dat de reactie aangeleerd is. De neutrale prikkel heet nu een geconditioneerde prikkel, dat wil zeggen een aangeleerde prikkel.
Deze manier van leren, zoals deze door Pavlov werd ontdekt, noemen we klassieke conditionering. Het is een manier van leren waarbij reacties geautomatiseerd worden, we kunnen bijna niet meer anders reageren. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het geluid van de bel van de telefoon. Op zich heeft dit geluid geen betekenis, maar omdat we het hebben gekoppeld aan het toestel en aan de gesprekken die we via dit toestel voeren met anderen, is er bijna niemand die niet (verstoord) opkijkt als de bel van de telefoon gaat. Zo hebben we als het goed is ook ‘geleerd’ bijna vanzelf te remmen als bij de auto voor ons de remlichten gaan branden… Misschien kunt u zelf nog wel meer van dit soort voorbeelden bedenken!Belangrijk bij al deze voorbeelden is, dat we geleerd hebben iets te doen, zonder dat we er nog bij hoeven na te denken. Dit scheelt veel tijd en energie, want stel u eens voor dat u elke keer dat de telefoon gaat moet gaan nadenken wat dit belletje betekent… Voor u bedacht hebt dat het kan zijn dat iemand u via dit toestel wil spreken heeft deze persoon waarschijnlijk al weer opgehangen! De mensen van de reclame spelen bijvoorbeeld ook handig in op dit principe van klassieke conditionering. Ze proberen iets zo vaak te herhalen en te koppelen bijvoorbeeld aan een soort drinken, dat u bij wijze van spreken al gaat watertanden als u de reclame ziet, of als u een muziekje dat er bij gedraaid wordt hoort…
Bij honden gebruiken we deze manier van leren ook. Zegt u bijvoorbeeld altijd ‘braaf’ of ‘goedzo’ op het moment dat u uw hond een brokje of koekje geeft, dan gaat de hond uiteindelijk al kwijlen als u braaf zegt en geeft dat woord hem een goed gevoel. U kunt hem op deze manier leren met woorden beloond te worden!
(Wel moet u dan af en toe weer een brokje geven als u braaf hebt gezegd, anders ‘dooft het gedrag uit’, maar daarover een andere keer meer.) Ook kunt u uw hond leren dat ‘nee’ of ‘foei’ iets vervelends tot gevolg heeft door hem na dit woord iets leuks af te pakken, óf door hem na dit woord iets vervelends te doen als in zijn nek grijpen of zoiets (dit laatste bevelen wij niet aan!) Een inmiddels vrij bekende manier van klassieke conditionering bij honden is de clicker. Deze wordt aangeleerd door klassieke conditionering: de hond hoort steeds de click en krijgt vervolgens iets lekkers. De hond leert op deze manier al snel dat de click leuk en lekker is en gaat proberen de baas te laten clicken. Daardoor gaat een ander leerprincipe werken!
Wanneer de hond namelijk actief gaat uitproberen wat hij moet doen om de baas opnieuw te laten clicken noemen we dat operante conditionering. Deze theorie over het leren werd vooral ontwikkeld door Thorndike en Skinner, Amerikaanse psychologen. Zij werkten veel met ratten en duiven en ze lieten de dieren door actief uitproberen (ook wel ‘trial and error’ genoemd) iets leren. De dieren moesten zelf uitvinden dat ze door op een handel te duwen een beloning, namelijk hun voer, kregen…
Grootste verschil met de klassieke conditionering is dus, dat de hond volgens de principes van operante conditionering zélf de situatie kan beïnvloeden en een bepaalde beloning of belonend gedrag oproepen. Erg belangrijk is verder dat een hond het beste dingen onthoudt als hij er af en toe voor beloond wordt en als hij zelf niet precies kan voorspellen wanneer deze beloning komt. Hij blijft dan fanatieker doorgaan met proberen de situatie te beïnvloeden (we zien dit ook wel met ‘verwende’ dreinende kinderen waarbij ouders op den duur toch maar toegeven aan hun kind…).
De hond leert volgens beide principes en het is belangrijk dat u hier bij de opvoeding af en toe stil bij staat en er over nadenkt wát uw hond nu precies aan het leren is naar aanleiding van gebeurtenissen en hoe u met hem omgaat… Ter verduidelijking een aantal praktijkvoorbeelden over hoe een hond leert in verschillende situaties:
Een hond ligt lekker te slapen in de hal. Opeens wordt hij ruw wakker gemaakt door een indringer bij de voordeur. Er rommelt iemand aan de deur en er wordt iets naar binnen gegooid… De hond gaat blaffen, hij wil deze indringen ‘verjagen’. Gelukkig lukt hem dit, want de persoon aan de deur verdwijnt weer. Tevreden gaat de hond weer slapen: hij heeft deze indringer verjaagd!
De volgende dag gebeurt hetzelfde, er komt weer iemand rommelen aan de deur. De hond gaat weer fanatiek blaffend naar de voordeur en ja, het werkt nog steeds, hij jaagt de indringer opnieuw weg!
Uit bovenstaande uitleg over hoe een hond leert, begrijpt u misschien dat de hond door deze gang van zaken een ‘postbodecomplex’ krijgt. Elke keer dat de postbode iets in de brievenbus gooit en vervolgens weggaat terwijl de hond blaft, leert de hond dat het zijn geblaf is waarmee hij deze indringer wegjaagt. De hond beseft niet dat de postbode gewoon van huis tot huis gaat en dat het niet aan zijn geblaf ligt dat hij verdwijnt. Zijn gedrag, het blaffen als de postbode komt, wordt dus steeds sterker omdat het door de postbode wordt ‘beloond’ gezien deze immers weg gaat. Hierin ligt ook de sleutel voor de opvoeding van uw hond, als u het in elk geval vervelend vindt dat uw hond steeds naar de postbode blaft.
U kunt zelf de situatie gaan oefenen met een kennis. U vraagt deze om naar de voordeur te gaan, hier te rommelen met de brievenbus en er dingen doorheen te gooien. Wanneer de hond blaft, blijft uw kennis bezig bij de brievenbus, maar zodra de hond stil is houdt uw kennis op en gaat weg. Dit herhaalt u een aantal keren. Het gerommel bij de brievenbus houdt dus pas op als uw hond stil is! Uw hond leert nu het omgekeerde, namelijk dat die indringer bij de brievenbus pas verdwijnt als hij stil is! De hond zal de indringer snel weg willen hebben en steeds sneller stil worden, tot hij helemaal niet meer gaat blaffen als er aan de brievenbus gerommeld wordt.
U wandelt rustig met uw hond in het bos tot er opeens een trimmer of fietser langskomt. Uw hond gaat enorm blaffen en rent richting de trimmer of fietser. Deze zien uw hond aankomen en maken zich snel uit de voeten… Tevreden komt uw hond bij u terug, want hij heeft toch maar even deze ‘vijand’ verjaagd!
U begrijpt het al, ook hier leert de hond dat zijn blaffen en najagen effect heeft, omdat de trimmers en fietsers zich meestal snel uit de voeten maken. Ook dit moet u daarom tijdens de opvoeding goed oefenen en u moet de personen met wie u oefent of die u tegenkomt in élk geval vragen om te blijven staan op het moment dat de hond blaft en om zich te verwijderen op het moment dat de hond stil is. Ook dan weer zal de hond leren dat hij beter stil kan zijn, zodat zijn ‘vijanden’ zich verwijderen…
Op deze manier kunt u uw hond ook leren dat hij pas mee naar buiten of uit de auto mag (en het bos in), als hij stil is. De hond zal steeds sneller stil zijn en uiteindelijk zelfs bijna niet meer blaffen, zodat u hem rustig kunt aanlijnen voor een wandeling, of hem uit de auto halen in het bos.
U heeft een geweldige pup in huis gehaald. Deze begroet u enthousiast wanneer u thuis komt na het doen van een boodschap. U voelt vertedering en bent vol liefde over het enthousiasme van uw pup. U voelt zich gevleid dat uw pup u zo enthousiast begroet en zo blij is met uw thuiskomst. U aait hem over zijn koppie en beloont hem met uw stem. De pup springt ondertussen enthousiast naar u op…
Dit voorbeeld is bedoeld om u duidelijk te maken hoe belangrijk het is na te denken over al uw handelingen, want u bent continu bezig met de opvoeding van uw pup! In dit geval beloont u de pup voor het opspringen en misschien ook wel zijn enthousiaste gekef doordat u hem ondertussen aanhaalt en met uw stem beloont… Als u het niet erg vindt dat uw hond later te pas en te onpas tegen u en anderen opspringt is dat niet erg, maar als u hier niet van gediend bent omdat uw hond later bijvoorbeeld een grote Berner zal zijn die u of uw kinderen omver springt, moet u dit gedrag niet belonen bij uw pup.
In plaats van de hond aan te halen tijdens het springen en keffen, negeert u de hond (en dat is best moeilijk!) tot deze rustig met zijn vier poten op de grond staat en rustig is. (U kunt bijvoorbeeld ondertussen de post uit de brievenbus halen). Nu kunt u de hond bij u roepen en uitgebreid aanhalen en belonen. Een bijkomend voordeel is dat u door dit laatste gedrag sterk de rangorde naar uw hond bevestigt.
Bij de opvoeding is het belangrijk dat u zich realiseert dat de hond niet alleen veel (bijna alles) moet leren, maar vooral ook dat de hond een roedeldier is en dat hij moet leren alleen te zijn. Vaak nemen we te weinig tijd om de hond te leren alleen te zijn. In plaats daarvan gaan we het gewoon maar ‘uitproberen’ en testen. We gaan dan de kamer uit en komen terug als de hond blaft of jankt en geven hem vervolgens op zijn kop…
Wat leert de hond hier nu eigenlijk van? Wat wil de hond graag bereiken?
Op het moment dat we weggaan en de hond zich realiseert dat hij alleen is, wil hij als roedeldier graag dat de rest van het roedel terugkomt. Hij gebruikt zijn instinct en gaat blaffen en janken, zodat de andere roedeldieren hem kunnen horen. En ja hoor, het werkt! Als hij blaft en jankt komt u, de baas, terug bij de hond! Dat u de hond ook op zijn kop geeft, wel, dat neemt de hond op de koop toe. Belangrijker voor de hond is het gegeven dat u weer terug bent. Extra moeilijk is, dat u uiteindelijk ook altijd terug zult keren naar uw woning. Gaat u dus naar binnen op het moment dat de hond blaft of jankt, dan heeft de hond succes met zijn blaffen en janken en zal dit gedrag toenemen!
Hoe leert u de hond dan om alleen te blijven?
U geeft de hond iets om hem bezig te houden, bijvoorbeeld een veilige kluif of een activity bal (daarover een andere keer meer). Vervolgens gaat u de kamer uit en komt na enkele seconden weer terug en beloont de hond met uw stem. Uw hond kijkt u nu waarschijnlijk aan met een blik van: mens waar maak je je druk om?! Omdat hij u nog niet heeft gemist, maar bezig was met zijn lekkers / leuke activiteit. U herhaalt dit enkele malen, waarbij u steeds een paar seconden langer weg blijft en bij terugkomst de hond beloont. Wanneer u dit hebt opgebouwd tot een minuut, maakt u de tijd dat u weg blijft iets langer, namelijk twee minuten en vervolgens drie minuten, et cetera. Belangrijk is dat de hond leert dat u misschien wel uit het zicht bent, maar dat u ook altijd weer terug komt! Heel langzaam en door heel vaak op een dag te oefenen (en u gaat in huis vast regelmatig even de kamer uit, bijvoorbeeld naar de keuken om koffie te halen, ofzo) breidt u de tijd uit waarop de hond alleen leert zijn.
Mocht u toch een keer te laat terug zijn en de hond wordt onrustig en gaat blaffen, dan wacht u achter de deur tot de hond stil is en gaat op dát moment pas naar binnen. Hierdoor voorkomt u dat de hond leert dat blaffen effect heeft…
U ziet dat er heel wat komt kijken bij de opvoeding van de hond, maar door naar simpele leerprincipes te kijken en bewust om te gaan met uw hond kunt u veel narigheid voorkomen en uw hond opvoeden tot een plezierige huisgenoot. Een volgende keer vertellen we u graag meer over het gedrag van honden en uiteraard kunt u ook een vraag insturen naar de redactie of via het e-mail adres of onze website over gedragsonderwerpen die u graag behandeld zou zien.