Voor u gelezen op www.hondenschoolabovo.nl
Honden zijn sociale dieren. In het wild leven zij in groepen en zijn ze slechts zelden alleen. Gek eigenlijk het dan dat we van onze huishond verwachten dat hij zomaar alleen kan blijven. Zonder leiding, zonder sociale zekerheid. Hij weet immers niet dat je alleen een boodschap aan het doen bent, of dat je maar halve dagen werkt. Alles wat hij weet is dat zijn roedelleider, zijn sociale zekerheid ineens weg is en dat hij nu dus voor zichzelf moet zorgen. Voor veel honden is dit moeilijk omdat ze zo aan ons gehecht zijn. Ze gaan dan blaffen of janken of dingen in huis vernielen. Dit kan veel ergernis geven of zelfs leiden tot heuse buren ruzie. Gelukkig is het alleen thuis blijven in veel gevallen wel aan te leren. Het kan wel wat inspanning kosten, maar met de juiste begeleiding kom je er vaak wel.
De oorzaak zoeken
Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor het niet alleen kunnen zijn van sommige honden.
1. Het kan zijn dat hij nooit geleerd heeft om alleen te zijn en daardoor onrustig wordt en gaat janken of blaffen.
2. Het kan ook zijn dat hij reageert op prikkels van buitenaf, bijvoorbeeld de postbode, spelende kinderen of voorbijgangers door hard te blaffen en
3. Het kan zijn dat hij zich verveelt en afleiding gaat zoeken in het opnieuw decoreren van je huis.
4. Het kan zo zijn dat hij overdreven aan jou gehecht is en daardoor erg bang is wanneer je er niet bent.
Om het gedragsprobleem te kunnen oplossen is het dus eerst nodig om de oorzaak vast te stellen. Vervolgens kan een doelgerichte gedragstherapie worden ingezet.
Doelgerichte gedragstherapie
De oorzaak van het niet alleen kunnen zijn is bepalend voor de manier om het probleem op te lossen. Hieronder vind je voor de bovenstaande oorzaken de bijbehorende therapieën. Bedenk dat soms individuele aanpassingen nodig zijn in deze therapieën want iedere hond is natuurlijk anders. Dit zijn dan ook slechts richtlijnen om tot een goed oplossing te komen.
Ad 1.Wanneer een hond nooit geleerd heeft om allen te blijven, dan zal stapje voor stapje de hond gewend moeten raken aan het alleen zijn. Dit wordt bereikt door de hond steeds wat lager alleen te laten waarbij je altijd zorgt terug te zijn voor de hond gaat blaffen. Er kan tevens een “ik ben zo terug” signaal worden ingetrained. Wat is een “ik ben zo terug” signaal zul je je afvragen. Immers het tegen de hond zeggen ik ben zo terug vestigt alleen maar de aandacht op je vertrek en werkt vaak averechts. Een “ik ben zo terug” signaal is een signaal wat de hond de boodschap geeft ik moet het even zelf uitzoeken maar er is geen reden tot paniek. We trainen eigenlijk een geconditioneerd ‘geen-aandacht’-signaal in. Hiervoor gebruiken we een zgn. windgong, omdat dit zowel visueel als auditief is. Om dit signaal in te trainen hangen we de gong op een goed zichtbare plek in huis op. Op het moment dat de gong ophangt krijgt de hond geen aandacht meer, d.w.z. niet aaien, niet tegen hem spreken of op welke manier dan ook contact maken. (lees een boek, kijk t.v.) In het begin doen we dit heel kort, slechts enkele minuten. Langzaam aan gaan we de tijd dat de gong ophangt opvoeren. Let op: het is belangrijk dat de gong alleen ophangt wanneer je nog thuis bent en dat de hond echt helemaal geen aandacht krijgt, alsof je er niet was!! Na een tijdje zul je merken dat, wanneer je de gong ophangt, de hond rustig ergens gaat liggen, omdat hij weet dat er geen aandacht zal komen. Dat is het moment dat je het gebruik van de gong gaat uitbreiden en je voor een KORTE periode de ruimte verlaat. Ga even naar buiten, kom direct weer terug. Wacht even met het weghalen van de gong, maar geef de hond nog steeds geen aandacht. Ook niet wanneer hij je enthousiast begroet. Wacht tot hij rustig is en haal dan de gong weg. Je kunt hem nu weer aandacht geven. Wanneer dit goed gaat kun je de tijd dat je weg gaat langzaam gaan uitbreiden. Denk er steeds om dat je de gong ophangt even voordat je daadwerkelijk weggaat en pas weghaalt wanneer je al even thuis bent. En geef de hond nooit enige vorm van aandacht zolang de gong hangt!! Wanneer je nu weg moet voor een langere tijd, dan de hond aankan gezien het trainingsschema hang je de gong NIET op. Gaat hij ‘de fout in’, dan staat dat los van het signaal.
Ad 2. De methode beschreven bij 1 zal echter niet helpen wanneer de oorzaak ligt in het reageren op prikkels uit de omgeving. Deze prikkels blijven aanwezig dus de hond zal ook met een langzame opbouw van de tijd dat hij alleen is, blijven reageren op de prikkels uit de omgeving. Het is dan juist van belang dat de prikkels hun betekenis gaan verliezen als signaal om te gaan blaffen. Dit kan bereikt worden door de prikkels aan te bieden aan de hond op een niveau dat nog geen blaffen in de hand werkt. Langzaam wordt het niveau dan opgeschroefd waarbij de hond eventueel wordt afgeleid. Afhankelijk van de prikkel kan ook worden gekozen voor het juist in een keer aanbieden van heel veel van de betreffende prikkel. Dit laatste is niet zonder risico en mag alleen onder begeleiding van een gedragsdeskundige gebeuren.
Ad 3. Het probleem van een hond die zich uit verveling te buiten gaat aan onwenselijk gedrag vereist natuurlijk weer een heel andere aanpak. Het is dan zaak de hond gedurende de periode dat hij alleen moet blijven voldoende afleiding aan te bieden. Het gaat er hier dan juist om dat er meer prikkels aan de hond worden aangeboden. Deze prikkels kunnen uit diverse dingen bestaan. Het meest succesvolle bereik je met spelletjes die met voer te maken hebben zoals een Kong, bustercube, een activityball, of een nylabone. Deze speeltjes zorgen er voor dat de hond een behoorlijk tijdje bezig is op een wenselijke manier en vragen zoveel energie van de hond dat de kans op het vertonen van ongewenst gedrag enorm afneemt. Wanneer je dan in het geval van het slopen van spullen ook nog zorgt dat je dat gedrag onaantrekkelijk maakt (door bv een onaangenaam smakend stofje zoals anti-nagelbijt aan die spullen te smeren) dan heb je dubbel effect.
Ad 4. Wanneer een hond overdreven sterk aan z’n baasje gehecht is en bijna niet zonder ‘m kan, dan is het alleen blijven om die reden een groot probleem. Hij heeft dan verlatingsangst. Vaak komt dit doordat de hond als pup te weinig prikkels uit de omgeving heeft gehad en dus niet vertrouwd is met de dingen die hij in het dagelijks leven tegenkomt. Deze honden gaan hun veiligheid dan koppelen aan een persoon die ze in “vertrouwen” nemen zonder deze vertrouwenspersoon zijn ze nergens. Veelal zoeken deze honden hun baasje steeds op, lopen de hele dag achter ze aan en zijn ze zeer aanhankelijk. Allereerst moet in dit geval de zelfstandigheid van de hond worden vergroot. De hond moet leren dat hij het allen ook wel af kan. Dit betekend aan de ene kant dat het contact met het baasje op een lager pitje moet komen te staan. Dit betekent minder aandacht geven aan de hond, niet meer op schoot, het wordt niet meer toegestaan dat de hond z’n baasje overal volgt. Aan de ander kant moet de hond de ervaring opdoen dat hij de baas voor een groot aantal zaken helemaal niet nodig heeft. Dit kan door hem spelletjes te laten doen die een bepaald probleem herbergen. Wanneer de overdreven afhankelijkheid van de hond minder wordt kan worden verdergegaan met het leren alleen te zijn zoals dat is beschreven in therapie 1. Een bij komend probleem in dit geval met deze overdreven afhankelijke honden is dat de stress die de hond gedurende de periode van afwezigheid van z’n baasje zo kan oplopen dat leerprocessen geblokkeerd raken. Wanneer dit zo is kan medicatie (Clomicalm®) een ondersteuning bieden bij de gedragstherapie om hond ontvankelijk te maken voor nieuwe leer ervaringen zonder dat de enorme stress dan in de weg staat.
In ieder geval
Dan zijn er nog een aantal voorwaarden waarin alle gevallenonafhankelijk van de oorzaak aan voldaan moet worden. De hond moet voldoende gelegenheid hebben om zijn energie op een dag kwijt te raken. Een uitlaatbeurt moet meer zijn dan allen even de behoeften doen. Er moet een ‘eigen’ plaats voor de hond aanwezig zijn waar hij zich prettig en veilig voelt. Wanneer je de hond langer dan een uur allen laat zorg dan voor vers drinkwater.